In de video stelt Chloé een gerecht samen met de interactieve installatie culinair-cellulair. Bij deze installatie zijn allemaal smaken te kiezen die je nu nog niet kan proeven maar in de toekomst misschien wel. Zelf kiest ze ingrediënten uit waarvan ze denkt dat zij ze lekker vindt smaken.
In deze opdracht ga je onderzoeken welke smaken er zijn. Daarnaast voer je samen met een klasgenoot een smaak-experiment uit.
1.7 Welke vijf basissmaken zijn er? Omschrijf deze smaken en zoek vervolgens op of dit klopt.
De vijf basissmaken neem je waar met smaakzintuigen (papillen) op de tong. Smaakpapillen zijn zenuwuiteinden op je tong, maar bevinden zich ook op het achterste, zachte deel van je gehemelte. Door voedsel worden de verschillende smaakpapillen geprikkeld en sturen ze een signaaltje door naar de hersenen. Zo ‘weet’ je hoe iets smaakt. Toch proef je niet alleen met je mond. Misschien ben je wel eens snipverkouden geweest en proefde je helemaal niets. Dit komt omdat de rest van de smaken ‘proeft’ met je reukorgaan in de neus.
Veel voedingsmiddelen hebben vaak één smaak die overheerst en die je het beste kan proeven.
1.8 Voer dit smaakexperiment uit in tweetallen
Benodigdheden: zoek twee voedingsproducten en/of een drank. Doen een blinddoek om of doe je ogen dicht.
Stap 1 Blinddoek je klasgenoot en vraag de neus dicht te knijpen.
Stap 2 Laat je klasgenoot nu een hap of een slok nemen.
Stap 3 Klopt het dat je klasgenoot alleen de basissmaak proeft? Welke smaak is dat?
Herhaal het experiment, nu is de ander aan de beurt.